DONDERDAG 15 SEPTEMBER 2011
'Overheid laat mecenaat
in de kou staan'

De Turing Foundation geeft geld aan kunst en cultuur en andere goede doelen. Maar alleen als de aanvraag echt goed is.

LORIANNE VAN GELDER

Pieter Geelen was na de beursgang van TomTom in 2005 , dat hij mede had opgericht, in één klap multimiljonair. Zelf had hij niet veel nodig en hij wilde zijn fortuin graag delen. “Het geld stond nog niet op zijn bankrekening of hij wilde al met zijn vrouw, Françoise, een stichting beginnen,” vertelt Milou Halbesma. Ze is één van de directeuren van de in 2006 opgerichte stichting, die de Turing Foundation werd gedoopt en die nu op de bovenste verdieping van het statige pand Herengracht 514 zit.

Het vermogensfonds is vernoemd naar de Brit Alan Turing (1912-1954), de grondlegger van de computerwetenschap. Een man zonder wie TomTom nooit mogelijk was geweest.

Halbesma, econome en voorheen werkzaam bij het Centraal Museum, KWF Kankerbestrijding en de Goede Doelen Loterijen, is al vanaf het begin als directeur, met Carlijne Bueters, bij de Turing Foundation betrokken. De Geelens stopten in één keer honderd miljoen euro in de stichting. Het jaarlijkse rendement van ongeveer vijf miljoen euro gaat naar projecten in sectoren die de Geelens in het bijzonder willen steunen: leprabestrijding, natuurbehoud, onderwijs en kunst.

“Vaak zie je bij vermogensfondsen dat ze worden opgericht, geld schenken en pas later een beleid bedenken. Bij ons is dat al van tevoren gedaan,” zegt Halbesma.

Bij kunst kozen de Geelens voor musea, klassieke muziek en poëzie. Halbesma, lachend: “Dit werk is de kunst van het kiezen.” Sinds de oprichting schonk de stichting al 5,1 miljoen euro aan kunst en cultuur. Vorig jaar was dat bijna één miljoen euro. Kunst en cultuur vormen een dankbaar investeringsobject, overzichtelijk en gemakkelijker en minder riskant dan ontwikkelingssamenwerking. “Het is dichtbij en je kunt er zelf ook van genieten,” aldus Halbesma.

Voordat de Geelens met de Turing Foundation begonnen, wisten ze niet zo goed waar ze met hun geld heen moesten. Culturele instanties en goede doelen weten geldschieters nog nauwelijks te vinden. “Wij krijgen geregeld mensen hier op kantoor die geld willen schenken of een fonds willen oprichten, maar niet weten hoe ze dat moeten aanpakken,” zegt Halbesma. “Het lijkt weliswaar een bijzondere luxe om zo vermogend te zijn, maar het is best lastig je geld goed te besteden.”

“De grootste uitdaging is het vinden van organisaties en projecten die bij je passen. De meeste schenkers of mecenassen zijn ondernemers die heel veel succes hebben gehad. Zij hebben specifieke ideeën over uitgaven en efficiency.” De Turing Foundation heeft vier mensen in dienst en probeert de kosten zo laag mogelijk te houden, opdat het meeste geld naar de goede doelen kan gaan.

Wat Halbesma opvallend vindt, is dat het met de relatie na de gulle gaven van de stichting vaak misgaat. Bijna komisch zijn haar voorbeelden. Zo werden Pieter en Françoise Geelen niet uitgenodigd op de opening van een expositie waarvoor ze geld hadden geschonken. Of ze werden wel uitgenodigd, maar niet verwelkomd, omdat niemand hen herkende. “Dat zijn pijnlijke situaties,” zegt Halbesma. “Maar daar zitten wij nu wel bovenop.”

Halbesma heeft ervaren dat er geen ‘dankcultuur’ is in Nederland. “Totdat het geld binnen is, zijn organisaties tot alles in staat. Maar zodra het geld is overgemaakt zie je de aandacht verslappen.”

“Het is belangrijk dat je aanvoelt wat schenkers in ruil voor hun gaven verwachten. Niemand zal natuurlijk met zoveel woorden zeggen dat ze dankbaarheid verwachten. Voor bestuur en directie van goede doelen moet het echt een prioriteit zijn het mecenaat te woord te staan en gepaste dank te tonen.”

Eén van de tips voor gefortuneerden die Halbesma onlangs hoorde, is dat je eerst maar eens tien euro naar een favoriet goed doel moet overmaken

en dan moet kijken hoe je wordt behandeld. Want dat is ook de manier waarop de gever van één miljoen euro wordt behandeld. “Het zegt veel over de professionaliteit van de organisatie.”


Directeur Milou Halbesma van de Turing Foundation: 'Dit werk is de kunst van het kiezen'   FOTO JAN VAN BREDA

Een bedankje hoeft ook niet groot te zijn, zegt Halbesma. Het is niet zo dat gulle gevers onmiddellijk verwachten dat hun naam groot op de gevel prijkt. “Veel mensen schenken graag anoniem. Ook Pieter en Françoise Geelen blijven liever op de achtergrond. Daarom is de stichting ook niet naar hen vernoemd. En hoe moeilijk is het iets kleins terug te doen? Kaartjes voor een tentoonstelling of een persoonlijke rondleiding door een goede conservator zijn al voldoende.”

'Het is best lastig
je geld goed te besteden'

Er zijn een paar projecten waarbij de stichting wat prominenter zichtbaar is. Sinds 2008 rijdt de Turing Museumbus in Rotterdam om kinderen naar musea te brengen. Volgend jaar begint ook een busdienst naar het Museumplein voor schoolkinderen uit Amsterdam en omgeving. Halbesma: “Het doel van de bus is kinderen ten minste één keer in hun leven naar een museum te krijgen. Je komt dan al gauw bij een praktische oplossing als een bus.”

Andere paradepaardjes zijn de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd en de Turing Toekenning, een grote schenking aan een museumtentoonstelling.

De Turing Foundation stelt hoge eisen aan de aanvragen van organisaties. “Die moeten met reële doelstellingen komen. Als jij denkt dat je vijftigduizend bezoekers zult trekken, houden we je daar ook aan.”

Schenkingen worden ook nooit in één keer overgemaakt. “Een bepaald deel van het bedrag is prestatieafhankelijk. Dat wordt pas overgemaakt als de doelen zijn bereikt. Louise Bourgeois, van wie wij een expositie in het Gemeentemuseum hebben gesteund, is misschien een internationaal bekende kunstenares, maar nog niet in Nederland getoond. Dan moet het Gemeentemuseum er harder over nadenken hoe het bezoekers wil trekken. En dat is ook gebeurd.”

Halbesma zag de laatste maanden de discussies over de kunstbezuinigingen met lede ogen aan. Veel te snel werd geroepen dat mecenassen de gaten die de overheid zou slaan, wel konden dichten. “Dat is een onzinnige opvatting. De basis voor subsidie moet nog wel bij de overheid liggen. Zowel wat financiering als houding betreft. Ik vind het verbazingwekkend dat de overheid verwacht dat het mecenaat en particulieren de tekorten wel zullen aanvullen. Dan begrijp je niet hoe het mecenaat werkt.”

Het mecenaat is er voor de extra’s, zegt Halbesma. “Gedreven door de persoonlijke gektes en interesses van de mecenas. Ik vind het echt ongelooflijk dat dit kabinet zo negatief over de kunstsector praat en dan verwacht dat het mecenaat het maar zal oplossen. Het gebrek aan waardering voor de kunst is choquerend.”

Het probleem met geld van particulieren is dat je er niet met zekerheid op kunt rekenen. “Ik vergelijk het altijd met de kankerfondsen. Daar wordt strikt gewerkt met het idee dat de basisinfrastructuur voor wetenschappelijk onderzoek door de overheid wordt verzorgd en dat het KWF en particulieren voor aanvullende financiering van projecten zullen zorgen. Op het moment dat de overheid daar niet scherp in is en niet dat minimale geld kan leveren voor de fundamenten, laat je de mecenassen in de kou staan.???

'Het gebrek aan waardering
voor de kunst is choquerend'

Volgens Halbesma is het niet reëel van een mecenas te vragen het beheer en behoud van de collectie van een museum, de suppoosten of de opslag - de basisvereisten voor een museum - te financieren.

Er zijn wel initiatieven die bijna zonder overheid bestaan. “Maar je kunt je afvragen of dat wenselijk is. Dan krijg je van die toestanden als met het Dirk Scheringamuseum. Is de mecenas failliet, dan is het museum ook de klos.”

Interessant is dat de ongeveer vijf miljoen euro die de Turing Foundation per jaar kan schenken, nooit helemaal wordt uitgegeven. “Er is een tekort aan echt goede projecten die bij ons passen. We hebben zo’n duizend aanvragen per jaar, voor alle takken van het fonds. Maar er worden slechts vijftig ? zestig van die aanvragen per jaar gehonoreerd. We hebben in ons bestaan nog nooit honderd procent van ons geld besteed.”

Mensen zeggen wel eens tegen Halbesma:“Wat heb je toch een leuke sinterklaasbaan.” Maar zij vindt het vooral ‘een zwartepietenbaan.’ “Je bent de hele dag nee aan het zeggen. We hebben een stevig beleid. Ik kan het geld niet aan iedereen weggeven, hoe goed ik sommige projecten zelf ook vind.”

Elk jaar publiceert de Turing Foundation een verslag met de jaarcijfers en de projecten die de stichting heeft gesteund. Daarvoor won de stichting in 2009 de Transparantieprijs, voor de beste verslaggeving van een goededoeleninstelling. “We publiceren alles altijd meteen op onze site. Opdat iedereen snel kan zien wie wij geld hebben gegeven en niet voor een tweede keer geld wordt gevraagd voor een project, iets wat vooral in de ontwikkelingshulp soms gebeurt. De Turing Foundation heeft ook wel eens geld teruggeëist. Het moet wel kloppen allemaal.”

Vermogensfondsen hebben geregeld contact met elkaar. “Je komt elkaar ook wel eens tegen bij het financieren van projecten, zo groot is die wereld niet. Soms is er competitie. Zo is het aantrekkelijk de mecenas te zijn van projecten die publicitair goed scoren. Iedereen geeft graag, maar is toch ook een beetje ijdel.”

Tot 1 november kunnen amateurs of professionals nog gedichten insturen voor de derde Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. www.turingfoundation.org.