23 JUNI 2007 http://www.fd.nl/ShowKrantArtikel.asp?KrantArtikelId=577725
Parels van de mecenas
TomTom-topman Pieter Geelen kwam deze week op plaats 8 binnen in de
'filantropen top 50'. Behalve aan leprabestrijding en natuurbehoud geeft
zijn Turing Foundation aan kunst en cultuur
  Ľ Sandra Jongenelen

23 juni 2007 Het Financieele Dagblad

   Goed geld besteden is een vak, realiseerde Pieter Geelen - een van de oprichters van navigatiefabrikant TomTom - zich een paar jaar geleden. Periodiek stuurde hij een cheque naar goede doelen als het Leprafonds, waarbij het vaak ging om aanzienlijke bedragen, eigenlijk te veel om zomaar op een rekening te boeken. Kon dat niet anders? Zou hij met zijn donatie niet een groter verschil kunnen maken?
   Iets doen met zijn ondernemerscreativiteit, zonder als bulldozer overal binnen te lopen om de problemen op te lossen - dat was zijn idee. Hij koos daarom voor het model van een stichting met een bestuur en deskundigen. De Gates Foundation, de Bernard Van Leer Foundation en de VandenEnde Foundation golden als inspirerende voorbeelden, al verbond Geelen er niet zijn eigen naam aan. Hij bewees de eer liever aan zijn held Alan Turing, de grondlegger van de moderne computerwetenschap. De Britse wetenschapper was ook al terug te vinden in de Turing Machine Company, het bedrijf dat in 2005 onder de naam TomTom naar de beurs ging. De cirkel was weer rond op het moment dat Geelen met de beursopbrengst de Turing Foundation kon financieren.
   Ongeveer een halfjaar geleden trad de Turing Foundation naar buiten. De stichting zet zich in ontwikkelingslanden in voor natuurbescherming, onderwijs en leprabestrijding. In eigen land ligt de focus op kunst en cultuur met specifieke aandacht voor poŽzie, schilderkunst en klassieke muziek.
   Met een initiŽle schenking van honderd miljoen euro beschikt de stichting over een jaarlijks te besteden bedrag van vijf miljoen euro. Dat geld werd in vieren gehakt, voor elke sector 1,25 miljoen euro. Maar het kan zijn dat die verdeling op den duur verandert, vertelt Milou Halbesma, die samen met Carlijne Bueters de directie voert. 'Wat dat betreft is dit een testjaar.'
   Pieter Geelen is bestuursvoorzitter van de Turing Foundation, maar schuwt alle publiciteit. 'Hij komt nooit in beeld', zegt Halbesma, die eerder werkzaam was bij het Centraal Museum en de KWF Kankerbestrijding. 'Daar is hij te bescheiden voor.'
   Ze vertelt dat hij de goede doelen samen met zijn vrouw 'vanuit het hart' heeft gekozen. 'Al op de lagere school trok Geelen zich het lot aan van mensen met lepra, de allerarmsten onder de armen. Van huis uit voelt het echtpaar affiniteit met de kunsten. Ze zien dat op dat gebied nog heel wat te doen is.'
   Een van eerste organisaties die 40.000 euro op de rekening kregen bijgeschreven was de landelijke Week van de PoŽzie, die in april werd gehouden. Halbesma bezocht nagenoeg alle Amsterdamse activiteiten en was onder de indruk van de performances van de dichters. Ook viel haar op hoe toegankelijk de avonden waren en hoe jong het publiek. Ook Poetry International Festival, dat dezer dagen voor de 38ste keer in Rotterdam plaatsvindt, viel in de prijzen. Het internationale toonaangevende dichtersevenement kan rekenen op 20.000 euro voor drempelverlagende activiteiten.
      Tot dusver steunt de stichting dertien kunstprojecten. Afgezien van de genoemde twee, gaat het om negen organisaties op het gebied van klassieke muziek, waaronder het prestigieuze Holland Festival, het Ricciotti Ensemble en het Nederlands Philharmonisch Orkest. Maar de keuze viel ook op Studio Minailo dat met relatief jonge musici opera brengt op niet-operafestivals.
   Binnen de schilderkunst zijn er tot dusver twee. Museum BelvťdŤre in Friesland kreeg 17.000 euro om voor jongeren een dag per week eerder open te gaan. Daarnaast kan het Frans Hals Museum rekenen op 45.000 euro voor de tentoonstelling in 2008 over de 17de-eeuwse kunstenaarsfamilie De Bray. De achterliggende gedachte van die donatie was dat nogal wat internationale bruiklenen naar Haarlem komen. Daarbij is het voor kleinere regionale musea vaak lastig om financiering te vinden voor projecten met ambitie.
   De criteria voor toewijzing zijn niet heel scherp omschreven, om te voorkomen dat de 'pareltjes' sneuvelen. 'We streven niet naar objectiviteit, maar kiezen projecten waar we affiniteit mee hebben', verduidelijkt Halbesma. Toch is er wel enige lijn in te bespeuren. Fotografie, video en sculpturen vallen over de rand, evenals aanvragen voor individuele kunstenaars. 'We zoeken projecten die creatief zijn in het bereiken van mensen die minder makkelijk met kunst en cultuur in aanraking komen. Wat dat betreft stimuleren we graag de vraagzijde.'
   Is er sprake van een tentoonstelling met veel internationale bruiklenen, zoals bij het Frans Hals Museum, of haalt een instelling een buitenlandse presentatie naar Nederland, dan gaat het licht sneller op groen. Halbesma: 'Vaak lees je over tentoonstellingen in het buitenland en denk je: "Waarom hebben wij die niet?" Die zouden goed zijn voor het Nederlandse kunstklimaat. Wij moeten er ook van kunnen genieten.'
   Opvallend is de terughoudendheid vanuit de museumwereld. 'De dag na de medialancering werden we overspoeld met projecten van goede doelen, maar van musea kwam maar weinig. Bijna ieder muziekgezelschap - van groot tot klein - heeft hier aan tafel gezeten. Datzelfde geldt voor de poŽziewereld, maar van de musea hebben we nauwelijks iemand gezien.' Het bestuur sprak daarover zijn verbazing uit. 'Het komt naar binnen gericht over. Wij zouden meer ondernemingszin en een open blik naar de buitenwereld willen zien.'
   Wie de lijst met gehonoreerde projecten overziet, mist nog een duidelijk smoel. 'Een eigen etiket hebben we nog niet, maar op termijn zal wel blijken wat een "echte Turing- financiering" is', vermoedt Halbesma. Maar echt belangrijk vindt ze dat niet. 'Uiteindelijk gaat het erom wat nodig is; waar we echt een verschil kunnen maken.'
   Vergeleken met de drie andere terreinen lijkt financiŽle steun aan de kunst- en cultuursector relatief onbelangrijk. 'Kunst is natuurlijk van een andere urgentiegraad dan een onderwijsproject in Afrika dat bepaalt of een kind al dan niet naar school gaat. Maar ook daar zie ik de noodzaak. De financiering van urgente kunstprojecten - daar gaat het ons uiteindelijk om.'