Home   Nieuws   Over ons   Contact   Switch to English   Onderwijs   Kunst   Natuur   Lepra 
Juryspeech TNGW 2011 Ramsey Nasr


zie ook:
De Derde Turing Nationale Gedichtenwedstrijd (2011)

Toespraak van Ramsey Nasr op 24 januari 2012 ter gelegenheid van de bekendmaking van de uitslag van de Derde Turing Nationale Gedichtenwedstrijd

Dames en heren,

we gaan het zo over u hebben, maar eerst iets over ons: wat is een jury?

Een jury is de grootste gemene deler van de allerindividueelste keuzes van allerindividueelste juryleden. Dat lijkt een recept voor ellende. Toch was het dat niet. De jury was eensgezind, de uitslag unaniem. Maar u zult begrijpen dat je, om n top 20 te verkrijgen, eerst ieders persoonlijke top 20 naast elkaar moet leggen, om daarna tot een vergelijk te komen. Een jury doet dat door te debatteren, de ander om te kopen, en als dat niet lukt, met elkaar naar bed te gaan. U kent dat wel.

Het zou zomaar kunnen dat uw gedicht op het punt heeft gestaan de top 20 te bereiken, maar deze uiteindelijk net niet gehaald heeft. Waarom zeg ik dit? Omdat ook u een applaus verdient.

En ook om te voorkomen dat ik morgen een drol in mijn brievenbus vind.

Goed. Wat waren onze criteria? Moest het rijmen of juist niet? Zocht de jury naar vormvastheid, consistentie, originaliteit? Het had allemaal gekund. Het probleem is alleen dat voor elk van die criteria een tegenargument valt te verzinnen. Een klassiek sonnet is weinig origineel; maar probeer er maar eens een te schrijven, ingesnoerd tussen strak rijm en vijfvoetig jambe. En een sonnet waaraan bijvoorbeeld, ik zeg maar wat, een extra regel is toegevoegd, is dat automatisch een mislukt gedicht? Hier bijten vormvastheid en originaliteit elkaar al.

'Pozie moet niets, begot,' zei een Vlaams dichter ooit, en daar sluit de jury zich bij aan. Een goed gedicht gehoorzaamt aan zijn eigen wetten, volgt zijn eigen samenhang. Aan die innerlijke regels die het gedicht zichzelf oplegt, moet het voldoen. Alles kan, mits goed gedaan.

Nou, dat hebben we geweten.

Werkelijk lles wat kan worden opgeschreven, werd dit jaar ingediend: geinige observaties, een afgeluisterd gesprek, een teruggekomen herinnering of ik verzin het niet een personeelsinstructie. Ik geloof dat we zelfs een paar boodschappenlijstjes hebben mogen beoordelen.

Nu knnen zulke zaken goede pozie opleveren - menig gedicht gedijt erop. Maar, dames en heren, een tip voor volgend jaar: er moet ook iets mee gedn worden. Hier zagen de dichters kennelijk een taak voor de lezer weggelegd. Die zou er vanzelf wel iets van maken. 'Kijk maar, er staat niet wat er staat.' Jawel hoor.

Readymades blijken slechts bij hoge uitzondering geniaal. Vergelijk het met Marcel Duchamps urinoir: grote kunst. Maar dit maakt uw badkamer nog niet tot een museum.

Ook jeugdherinneringen deden het goed - te goed, naar onze smaak. Hetgeen ons op een onuitroeibare misvatting over pozie brengt. Orpheus, de grootste dichter aller tijden, vergaarde roem door om te kijken naar zijn geliefde. Behaalde resultaten in het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.

Natuurlijk, jeugdherinneringen woelen de poet los in ons allen. Bootjes drijven weg met een zucht, een plastic bal ligt op het dak, en o, de verloren tijd die maar niet wordt overbrugd Er werd wat omgekeken dit jaar. De jury kreeg nekpijn van het lezen. En nee, dat is niet aardig. Maar ik het zou willen uitschreeuwen: een jeugdherinnering is gn gedicht. Als een poet in verzen de vingers door het gras laat glijden, een jeugdliefde weer giechelend ziet opdoemen, dan is dat leuk voor die poet. Want wij hebben alleml wel eens iemand met zijn blote billen boven het zand zien hangen, kastelen gebouwd met een schepje, fietstochtjes gemaakt in de regen en naar de ontluikende borsten van ons buurmeisje gekeken. Alleen: de jury hoeft daar niet bij te zijn. De lezer evenmin.

Voor de dichters en dichteressen die ik daarnet heb geparafraseerd, voelt u zich niet beledigd, want ik meen het: voor elke niet-zo-rake observatie in uw verzen was een rake te vinden, en voor elke flauwe beeldspraak een sterke anders zat u hier niet vanavond: u bent geselecteerd uit meer dan 10.000 inzendingen. Maar we moeten streng zijn voor elkander.

De herinnering of observatie daar begint het pas. Om het met Joseph Brodsky te zeggen: kunst is er niet om de werkelijkheid weer te geven, maar om haar leven in te blazen.

Kinderogen zijn niet genoeg. Taal hebben we nodig.

En dan bedoelen we dus niet woordgrapjes. De jury vroeg zich somtijds af of de wedstrijd dit jaar behalve voor Vlamingen ook voor cabaretiers was opengesteld. Want als ik zeg: 'Ik wou dat ik twee hondjes was, dan kon ik samen spelen' dan zegt u: ah, dat is pozie. Maar wat te doen met het volgende vers: 'Als ik een lul ben / kan ik mezelf dan aftrekken'? Wat het antwoord ook moge wezen: ook daar hoeft de jury niet bij te zijn.

'Heeft u eigenlijk wel iets goeds over ons te melden??' Jazeker, en om te verhoeden dat ik straks met pek en veren over het Leidseplein word gedragen, wil ik graag beklemtonen dat veel van de gedichten hoge toppen scheren. Uw top 100 bevat een prachtige collectie gloednieuwe pozie, die dan ook terecht in de vandaag verschenen bundel 'De toverhazelaar' schittert.

Maar bij dit alles valt n ding op. Zelfs als de dichters diep in hun geheugen graven, blijven ze vaak dicht bij huis soms letterlijk. Zo is er een gedicht waarin de ik-figuur optreedt als tourguide in zijn eigen jeugd: 'Ik leidde mijn liefste rond door het geboortedorp in mij' is de titel van dit prachtige vers. Daarnaast duiken in menig werk familieleden op. Er zijn titels in de bundel zoals 'Vader', 'Dochter', 'Zoon'... Het zijn ontroerende gedichten de jury heeft er zelfs enkele genomineerd. En toch. De lezer blijft plakken aan een 'ik'.

Des te schaarser waren de gedichten die de wereld opzoeken, die buiten zichzelf, het dorp of de familie breken. De pozie die dat deed, sprong er voor ons meteen uit.

Neem het gedicht 'Een zondag in Lagorce'. Alleen al het lezen van de titel bezorgt je een vakantiegevoel: Lagorce, lag dat niet in die heerlijke Franse Ardche? Dit vakantiegevoel duurt niet lang. We worden genadeloos gestraft als lezer: voor we het beseffen zijn wij in de oorlog verzeild geraakt. Geserreerd, in korte strofen, wordt de onontkoombare gruwel gekenschetst. 'De mannen hebben schik om wat hen voor / de loop komt van godswege' vormt een verpletterend eindbeeld.

Nog verder verwijderd van ons eigen ik zijn we in 'die dienaar', een Afrikaans aandoend gedicht, waarin het Afrikaans zelf centraal staat: de taal van de apartheid. Het is een volmaakt evenwichtig gedicht dat de macht, ja zelfs schuld van een taal centraal stelt. 'Ek is gesien as die brenger van die kwaad' 'Die dienaar' is een gedicht om voor te buigen. Het toont de waarde n de minwaarde van de taal.

Daarmee zijn we op een essentieel punt aangekomen. De jury heeft er, bij het samenstellen van de top 20, voor gekozen gedichten te nomineren die hun eigen weg lijken te hebben gevonden en die niet de stem van de dichter moeten nabootsen. Het zijn gedichten die zich veelal niet direct prijsgeven, die iets achterhouden en daarmee uitnodigen tot herlezing, bij uitstek het kenmerk van goede pozie.

Voor de jury moest de taal centraal staan. Niet de ik die zich herinnert.

Gedichten zoals 'Ali Baba & de 40 Rovers'. Geen herkenning of bevestiging wordt hierin opgeroepen, integendeel, vervreemding overvalt ons, vers na vers, via de taal, de beelden en gebeurtenissen die ons telkens weer op een dwaalspoor brengen. Wie of wat is die vreemde waarover wordt gesproken? En hoe vreemd is dat nog, als het ook de bacterin in je yoghurt kunnen zijn, als de vreemde klusjes voor je doet in huis? Gaandeweg lees je jezelf de totale vervreemding in, tot je zelf een vreemde bent geworden.

De jury heeft geregeld gekozen voor pozie waarin de zaken niet helder worden weergeven, maar veeleer ondermijnd worden en zelfs gedwarsboomd door de erin gebruikte taal.

We hebben daar overigens niet echt bij stilgestaan, het kiezen ging vanzelf. Het is dus niet zo dat we bij het juryberaad aan elkaar vroegen: 'Iemand nog een gedicht over Onvermogen tot Communicatie? En Vervreemding suggesties? Mooi, kan die er ook bij. Dan zijn we wel rond'

Niet dus. Deze lijn tekende zich pas af bij het schrijven van het juryrapport. De jury was kennelijk als vanzelf op zoek gegaan naar het tegendeel van wat zij in ruime mate aantrof: de weerbarstige, zeldzame uitzondering, die zijn eigen regels volgt.

Ook voor ons bleek het een verrassing, dat veel genomineerde gedichten in de top 20 miscommunicatie als expliciet thema hadden. Omdat ze zo verschillend waren in toon en stijl was het aanvankelijk niet opgevallen. 'Vooruitgang' bijvoorbeeld, een schitterend gedicht over het afkalvend contact tussen mensen, in een wereld vol communicatiemiddelen. Of 'Bemoeizorg', dat het schrikbeeld schetst van een algehele 'verontpersoonlijking' in een virtueel geworden bureaucratie. Eveneens genomineerd: 'Vogels', een erg mooi gedicht dat via een omweg het onvermogen beschrijft om juist degene die je het naast staat, je geliefde, de waarheid te zeggen. Ook in 'Chinese vrienden' staat dat onvermogen tot werkelijk contact centraal. Wat snappen wij eigenlijk van de Chinezen? Wat snappen zij van ons? Het is een pijnlijk gedicht, zonder deprimerend te zijn daarvoor zijn de beelden te raak en te eerlijk. En ten slotte is er dat bizarre gedicht 'Twitter de echo's van de #eeuwigheid', waarin de taal zo krankzinnig virtuoos op zijn kop wordt gezet, dat ook tekens en afzonderlijke letters betekenis gaan dragen LOL, RT, IRL en daarmee onze verwarring enkel verhogen. Het is een gedicht dat blijft intrigeren.

De jury wil ook 'Dochter' en 'Zoon' graag noemen. Zoals gezegd verzen die 'dicht bij huis blijven'. Ze zijn echter geconstrueerd op een vernuftige wijze die ze minder particulier en universeel maakt. De haiku 'Dochter' weet in slechts 17 lettergrepen een kalme en tegelijkertijd onheilspellende sfeer op te roepen, veilig en bedreigend en dat is knap. Alsof een moeder of vader de dochter wil helpen, desnoods alleen in de taal. Daartegenover, als een soort pendant, het rouwdicht 'Zoon', dat de onmacht schetst om een verloren kind terug te krijgen, zelfs niet in de taal.

De tijd ontbreekt om alle 20 genomineerden aan te halen. Maar de lijn is helder. Taal is alles wat we hebben. Taal is wat overblijft.

Volgens velen in Nederland en Vlaanderen gaat pozie over het uitdrukken van gevoelens. Men ziet verkleumde types voor zich, die bij kaarslicht met een glas goedkope wijn de verloren liefde zitten te bewenen. Deze dichters schrijven op wat hen beroert, zetten het mooi onder elkaar in korte zinnen, en ergens onderweg wordt dat dan pozie. De allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie.

Wat een ellendig misverstand. Er bestaat een verschil tussen het laten van papieren scheten en een sonnet van Willem Kloos. Wij onthouden wel het devies van de Tachtigers, maar vergaten intussen dat zij voor ons ook de taal uitvonden in hun gedichten. Herman Gorter en al die anderen, ze bleken onontkoombaar omdat zij de taal der predikanten, die niet langer voldeed, stuksloegen en opnieuw begonnen. Gorter kon pagina op pagina, gedicht na gedicht, wijden aan het neervallen van het licht op zijn schouders en stuitte daarbij en passant op het onvermogen van de taal.

Maar diezelfde taal was alles wat ze hadden.

Pozie is geen uitlaatklep voor het gevoel. Waar de taal onder spanning wordt gezet en ophoudt de dingen uit te drukken, waar alle herkenbaarheid wordt opgeheven, daar begint de pozie. Daar, waar de 'ik' in witregels uit elkaar valt.




Ramsey Nasr is sinds 2009 Dichter des Vaderlands. Naast dichter en schrijver is hij ook acteur en regisseur en heeft voor zijn werk meerdere literaire en toneelprijzen gewonnen. Op zijn website zijn de gedichten voor het vaderland na te lezen.